De MAARKELSE BOAKE

 
 

Als het licht verdwijnt op Eerste Paasdag, vlammen de paasvuren op langs de horizon in noord- en oost Nederland, met name in Twente waar men sterk gehecht is aan traditie.

Zo ook in Markelo.


Wie kent niet de Boake, de Twentse naam voor het Paasvuur? Paasvuren gaan al eeuwen mee. Uit overleveringen is bekend dat vele generaties in Markelo op eerste Paasdag erbij waren als de Boake werd ontstoken. Het is een verschijnsel dat al eeuwenoud is en hypermodern tegelijk. Dat biedt tevens een garantie voor het voortbestaan. Paasvuren sterven niet uit, al werden er regelmatig aanslagen op gepleegd!


Het ontsteken van een Boake is een oud gebruik dat een voor-christelijke oorsprong heeft. Vandaar dat door de eeuwen heen vanuit de kerk pogingen werden ondernomen om deze traditie om zeep te helpen. Allereerst in de Frankische tijd na de kerstening (het bekeren, vaak massaal en soms gedwongen, van heidense volkeren tot het christendom), probeerde de R.K. kerk dit te doen. Zij zagen echter in dat dit vele opstanden zou veroorzaken en zijn begonnen verschillende oude tradities om te bouwen in het christelijk geloof. Na de hervormingen in de 17e eeuw heeft ook de Protestantse kerk getracht deze traditie uit te bannen, echter zonder succes.


Aan het eind van de 20e eeuw kwam de traditie weer onder druk te staan door talloze milieuvoorschriften. Voorschriften die duidelijk zijn uitgevonden achter bureaus en zonder enige kennis van geschiedenis en traditie. Er zijn al vele onderzoeken verricht over paasvuren als `Levend erfgoed`. Paasvuren bleken goede kanten te hebben en dat ze een geaccepteerde culturele waarde hebben die in de paasvuurgebieden geen nader uitleg behoeven.


Ostara


Om het ontstaan van de paasvuren te verklaren moeten we heel ver terug in de historie. Pasen is van oorsprong een lentefeest en wordt Ostara genoemd, naar de Angelsaksische Godin Ostara of Eostara. Ostara is een typische seizoensgodin en symboliseert de overwinning van het licht en het aanbreken van de vruchtbare lenteperiode. Haar naam slaat dan ook op het oosten, de richting waar het licht, de zon vandaan komt.


Ostara is de godin van de stralende morgen, het stijgende licht.

In Duitsland noemt met het paasfeest dan ook Ostern en in Engeland Easter. Namen die duidelijk zijn afgeleid van Ostara. In de periode 673 – 735 schreef de geestelijke BedaVenerabilis dat de Saksen een godin kenden die Eastre heette, en dat ze de maand maart ´Esturmonath` noemden. In het Oud Hoog-Duits heet Eastre: Ostara.


Het Ostarafeest wordt gehouden rond 21 maart. Dit is het begin van de astronomische lente. Op deze datum passeert de zon de evenaar van zuid naar noord en zijn dag en nacht op de aarde even lang. Deze datum valt precies tussen de winterzonnewende (21 of 22 december, kortste dag) en de zomerzonnewende (21 of 22 juni, langste dag) en vanaf dat moment worden de dagen langer dan de nachten. Dan breekt tevens de vruchtbare periode weer aan.


De cultus rond de godin Ostara was dermate diep geworteld, dat later de kerk hem in plaats van te vernietigen gelijkstelde aan het Joods-Christelijk Pesachfeest. Hier komt het huidige Nederlandse “Pasen” vandaan. Met het paasfeest vindt je ook nog steeds veel van de oude historische tradities terug die de kerk niet kon uitroeien, zoals Palmpasen, eieren zoeken, eieren beschilderen en het zwart maken bij de Boake. Al deze paasgebruiken hebben nog weer een speciale betekenis.

Volgens het volksgeloof maakt de zon op eerste paasdag drie vreugdesprongen voordat hij echt opkomt, een soort vreugdedans. Water dat op deze ochtend uit de put werd gehaald was heilig en heilzaam. Rond 21 maart werd met een gewijde ploeg de eerste voor in een akker getrokken, waarna een godenbeeld en offerdieren een ommegang om het veld maakten. Het geheel ging gepaard met een feest. Door de kerk werd het laten gekerstend als Mariaverkondiging. 


Boake of Paasvuur

Markelo, (vroegtijds Marclo) met al zijn tradities, kent al vele jaren lang de Boake. Bijna elke kern in een buurtschap had zijn eigen Boake. De hele buurt met het gezin kwam daar dan bij elkaar. De ouderen praten met elkaar of staarden in de vlammen om hun gedachten de vrije loop te laten. Drank was er in die tijd niet bij aanwezig. Zolang het vuur brandde was de jeugd aan het ravotten totdat de eerste houtskool opgepakt kon worden. Dan begon de jeugd onderling met het elkaar zwart maken. Ook de ouderen kregen dan vaak een lik mee.
 

Dit zwart maken had vroeger ook een betekenis:

Met houtskool maakte men het gezicht zwart of men nam het mee naar huis. Houtskool uit de Boake was een afweermiddel tegen brand en blikseminslag. Ook sprong men over het vuur voor geluk. De Paaskaars is een gekerstende versie van het gebruik om takken van de Boake mee naar huis te nemen om de haard aan te steken.


De Boake op zich bestond meestal uit afvalhout, vaak hout van dennenbomen of ander hout. Dit hout had men liever niet in de haard of later in kachel of fornuis. Bij het verbranden van o.a. dennenhout kwam namelijk het meeste roet vrij.

De jeugd hield zich vroeger ook bezig met het “boakhoolt slep’n”. Dit was ook echt “slep’n” (slepen). Op het laatst werd er dan met paard en wagen het bijeen gesleepte hout naar de Boake gebracht en gestapeld. Het paasvuur of de Boake is een tweeledig lentevuur en had tot doel, enerzijds de terugkeer van de zon en anderzijds is het een reinigings- en vruchtbaarheidsvuur. Indirect heb je dan te maken met een vuur dat boze geesten wegjaagt. Waar het mogelijk was, werden vroeger de paasvuren op een berg of heuvel ontstoken. Vandaar dat men hier en daar de naam Paasberg voorkomt.


Teerton


Een ander fenomeen is de teerton die op de Boake wordt geplaatst. Dit heeft ook een symbolische betekenis. Niet de teerton zelf want die stamt pas uit de vorige eeuw. Maar ver terug in de historie was er boven aan de staak die in het midden van de Boake stond, een wiel of een rad bevestigd. Het zogenaamde zonnerad. Door aan het rad te draaien ontstond er wrijving aan de spil en ontvlamde er een vuur. Het moedervuur, ook wel het noodvuur genoemd. Dit zonnerad is weer symbolisch verbonden met de Meiboom. Alles heeft te maken met de zon en vruchtbaarheid.


De palmpasen, zoals die in de palmpasenoptocht te zien zijn, is in wezen een verkleinde uitgave van de Meiboom. Het jonge groen (buxustakjes) is nog steeds te vinden op de palmpasen van de kinderen. Vaak werd bij een wat grotere Boake een oud wagenwiel boven aan de staan bevestigd waarop dan de teerton stond. Het zonnerad komt in vele vormen voor. In de keitjesvloeren in de vroegere boerenkeukens was vaak een zonnerad te zien. In de geveltekens en op Gotische kerken komt het zonnerad veelvuldig voor. Het zonnerad was een symbool voor de onoverwinnelijke zon. Jammer dat in de naziperiode het zonnerad werd misbruikt voor het hakenkruis. De nazi’s waanden zich namelijk ook onoverwinnelijk.

Diep gewortelde tradities, die hun wortel en oorsprong hebben in de prehistorie, zijn moeilijk uit te bannen. Zoals bij zoveel feestdagen is ook hier het voorchristelijk gebruik door de kerk (wijselijk) verbonden aan de Christelijke viering ervan. De overeenkomsten zijn ook eenvoudig te zien: Het herrijzen van de zon, het herrijzen van Jezus.

 

De Boake - Historie